Maak kennis met Loes Gunnewijk:
van topsport naar fietsplezier

Van zelf koersen op het hoogste niveau tot het begeleiden van de beste wielrensters van Nederland. Loes Gunnewijk kent beide kanten van de wielersport. Ze werd Nederlands kampioen op de weg en in het tijdrijden, reed de Olympische Spelen en boekte als prof verschillende overwinningen. Na haar eigen carrière werd ze bondscoach van de Nederlandse vrouwen op de weg.

Inmiddels richt Loes zich op een nieuwe uitdaging. Ze zet haar ervaring uit de topsport in om ook andere vrouwen sterker en zekerder op de fiets te krijgen. Maar hoe neem je ervaring uit de absolute topsport mee naar een graveltraining waar plezier vooropstaat? En wat kun je daarvan leren als je helemaal geen ambitie hebt om wedstrijden te rijden? Tijd om kennis te maken met Loes.

Van zelf koersen op het hoogste niveau tot het begeleiden van de beste wielrensters van Nederland. Loes Gunnewijk kent beide kanten van de wielersport. Ze werd Nederlands kampioen op de weg en in het tijdrijden, reed de Olympische Spelen en boekte als prof verschillende overwinningen. Na haar eigen carrière werd ze bondscoach van de Nederlandse vrouwen op de weg.

Inmiddels richt Loes zich op een nieuwe uitdaging. Ze zet haar ervaring uit de topsport in om ook andere vrouwen sterker en zekerder op de fiets te krijgen. Maar hoe neem je ervaring uit de absolute topsport mee naar een graveltraining waar plezier vooropstaat? En wat kun je daarvan leren als je helemaal geen ambitie hebt om wedstrijden te rijden? Tijd om kennis te maken met Loes.

Om maar bij het begin te beginnen. Wie is Loes Gunnewijk en hoe is de liefde voor de fiets bij jou eigenlijk ontstaan?

“Ik ben een Achterhoekse, geboren in Groenlo. De fiets hoorde er eigenlijk altijd al bij. Ik fietste naar school, maar mijn sport was in eerste instantie vooral schaatsen. Om in de zomer fit te blijven, ging ik hardlopen en wielrennen. Op de fiets merkte ik dat ik mijn energie beter kwijt kon dan tijdens het schaatsen en zo ontstond de liefde voor het wielrennen. Ik sloot me aan bij wielervereniging De Stofwolk en begon met de zomeravondcompetitie. Daarna kwamen de eerste wedstrijden en aan het einde van dat jaar reed ik al een UCI wedstrijd. Vanaf daar ging het als een sneltrein naar de top. Uiteindelijk ben ik vijftien jaar prof geweest en heeft de fiets me over de hele wereld gebracht.”

Aan welk moment uit die tijd denk je nog graag terug?

“De Olympische Spelen zijn natuurlijk heel bijzonder, maar als ik terugkijk is het vooral de hele reis die me bijblijft. Met alle hoogtepunten, maar ook de dieptepunten. Ik heb tegenslagen en blessures gehad en moest daar iedere keer weer uit zien te komen. Juist daar leer je veel van.

Daarnaast heeft het wielrennen me ontzettend veel gebracht. Ik heb veel van de wereld gezien, andere culturen leren kennen en veel mensen ontmoet. En het gaat niet alleen om zelf presteren. Samen met een team proberen het beste uit jezelf en elkaar te halen, vond ik minstens zo mooi.”

Na je eigen carrière bleef je actief in de wielersport en maakte je de stap naar coaching. Voelde dat als een logische overstap?

“In het tweede deel van mijn carrière had ik als koerskapitein al een andere rol binnen de ploeg. We reden toen nog veel zonder communicatie in de koers. Je was onderweg dus ook bezig met wat er binnen het team gebeurde en probeerde anderen te helpen.

Toen ik stopte als prof, heb ik eerst anderhalf jaar allerlei verschillende dingen gedaan. Daarna kwam ik als talentcoach bij de KNWU terecht. Daar kon ik mijn eigen ervaring gebruiken om jonge talenten te begeleiden. Later kwam daar ook het paracycling bij. Het mooie vond ik dat ik mijn ervaringen kon overbrengen en anderen kon helpen om het maximale uit zichzelf te halen.”

Uiteindelijk werd je bondscoach van de Nederlandse vrouwen. Wat maakte die rol voor jou zo mooi?

“Er kwam een positie vrij waarbij ik met de junioren, beloften en elitevrouwen aan de slag kon. Juist die verschillende categorieën vond ik interessant. Je ziet per leeftijd waar rensters mee bezig zijn en waar ze tegenaan lopen.

Bij de elite draait het uiteindelijk vooral om presteren. Junioren zitten nog veel meer in hun ontwikkeling als talent. Als coach vraagt dat iedere keer iets anders van je. Die wisselwerking en samen kijken hoe iemand het maximale uit zichzelf kan halen, vond ik heel mooi.”

Je hebt als renster én als coach jarenlang in de topsport meegedraaid. Kijk je daardoor nu anders naar presteren dan vroeger?

“Het maximale uit jezelf halen blijft altijd een kwestie van balanceren. Wat vooral veranderd is, is hoeveel kennis er tegenwoordig beschikbaar is. Het materiaal is anders, we weten veel meer over trainingsleer en met bijvoorbeeld vermogensmeters kun je veel meer meten. Daardoor kun je ook veel meer informatie uit een training halen.

Ook op het gebied van voeding is er echt een omslag geweest. De kennis over eten op de fiets was er in mijn tijd veel minder. Tegenwoordig weten we veel beter wat je lichaam nodig heeft tijdens een inspanning.

Daarnaast heb je nu natuurlijk social media. Jonge sporters zien online ontzettend veel en willen dingen die ze daar zien soms direct zelf toepassen, terwijl ze misschien nog helemaal niet op dat punt in hun ontwikkeling zijn. Daar zitten ook haken en ogen aan.”

Tegenwoordig werk je als lifestylecoach en organiseer je verschillende fietsclinics. Hoe komen fietsen en lifestylecoaching voor jou bij elkaar?

“Daar zit eigenlijk veel overlap in. Mensen willen beter worden en dat geldt zowel binnen coaching als op de fiets. Soms zijn daar helemaal geen grote veranderingen voor nodig. Met een paar kleine aanpassingen kan iemand zich al veel vrijer voelen op de fiets. Als ik iemand daarmee kan helpen en zie dat diegene er vervolgens meer van geniet, dan geniet ik daar zelf ook van.”

Dit najaar organiseer je speciaal voor klanten van Pedaleur Tour de Femmes Gravel. Voor wie is dit programma bedoeld?

“Voor vrouwen die graag gravelen en daarin graag iets willen leren. Je hoeft dus niet op een bepaald niveau te zitten. Het gaat er vooral om dat je meer vertrouwen krijgt op de fiets en jezelf verder wilt ontwikkelen.”

Wat kunnen deelnemers tijdens Tour de Femmes Gravel verwachten?

“Vooral veel plezier, persoonlijke aandacht en begeleiding in een kleine groep. We kijken echt naar de deelnemers, waardoor er ruimte is voor maatwerk. Je gaat af en toe uit je comfortzone, probeert nieuwe dingen en bouwt daardoor steeds meer vertrouwen op.

Maar het draait niet alleen om wat je op de fiets doet. Je krijgt ook praktische kennis, tips en tricks over materiaal, voeding en herstel. Wat heb je nodig tijdens het fietsen? Wat moet je eten? Maar ook: wat doe je na een rit? Het gaat om goed voor jezelf én voor je fiets zorgen. Uiteindelijk wil je vooral dat fietsen leuk blijft.”

En tot slot: voor de vrouw die nu denkt: dit lijkt me hartstikke leuk, maar is het wel iets voor mij? Wat zou je tegen haar willen zeggen?

“Het maakt niet uit op welk niveau je nu staat. We beginnen met een persoonlijke intake, zodat ik weet waar je staat en waar je graag aan wilt werken. Doordat we met een kleine groep trainen, is er veel ruimte voor persoonlijke aandacht en kunnen we de trainingen daarop aanpassen. We gaan vooral samen leren, plezier maken en stap voor stap meer vertrouwen krijgen op de fiets.”

Klaar om met meer vertrouwen het gravel op te gaan?

Wil jij jouw techniek verbeteren, sterker op de fiets zitten en met meer plezier gravelen? Tijdens Tour de Femmes Gravel ga je zes zaterdagen samen met Loes aan de slag. Je volgt vier graveltrainingen en twee praktische workshops in een kleine groep vrouwen. Ieder niveau is welkom. Bekijk het volledige programma of vraag direct jouw plek aan.